6 januari 2011

De stille kracht van de Natuur

Gedurende de tachtiger jaren van de vorige eeuw woonde en werkte ik vier jaar in Noord Amerika. Tijdens die jaren werkte ik intensief samen met een vrouwelijke sjamaan en ik werd door haar ook onderwezen.

Nadat ik twee van de drie inwijdingen in de sjamanistische heelkunde had ontvangen werd mij de mogelijkheid aangeboden voor de afrondende inwijding. Ik had zelf het gevoel daar nog niet aan toe te zijn en liet deze kans aan me voorbij gaan. Ongeveer tien jaar later woonde en werkte ik gedurende 6 maanden in het Braziliaanse regenwoud in de omgeving van Manaus. Daar ontving ik een inwijding, die naar mijn gevoel een vervolg was op mijn eerdere inwijdingen. Het was de natuur zelf die mij onverbloemd deelgenoot maakte van haar stille kracht……

Moeder aarde riep me vanuit het binnenste van haar groene longen. De roep was krachtig, met een ondertoon van wanhoop. De mens zou tot het besef moeten komen van zijn onlosmakelijke verbondenheid met de eigen innerlijke en met de zich omringende natuur. Alleen dan  zou de ontkrachtte innerlijke weerbaarheid van ieder mens en van zijn gastvrouw –de aarde- kunnen herstellen.

Jarenlang had ik me ingespannen om als arts samen met andere artsen, therapeuten en zorgverleners een holistisch centrum te realiseren in het zuiden van Nederland. Het plotselinge uiteenvallen van deze groep mensen, die gaandeweg veel en diepgaand met elkaar gedeeld had, viel me rauw op mijn dak. Het gebeurde. Zomaar opeens, zonder duidelijk aanwijsbare reden. Het was een week voordat ik voor zeven weken naar de Amazone in Brazilië zou vertrekken. Ook deze mogelijkheid was zo maar uit de lucht komen vallen. Deze coïncidentie was veelzeggend voor me. Ik gaf me daarom maar over aan de zich opeenvolgende gebeurtenissen. En ik besloot mijn Nederlandse situatie zoveel mogelijk los te laten, zodat ik dit onverwachte avontuur met een open gemoed tegemoet zou kunnen treden. Ergens in mijn achterhoofd speelde stiekem de gedachte: “Wie weet biedt zich daar een bevredigende nieuwe werksituatie aan”.

Spirituele Ecologie

Gedurende zeven weken zou ik met een groep van negen Nederlanders verschillende kleine, spiritueel ecologische gemeenschappen, die op rituele wijze gebruik maken van planten met helende potenties, bezoeken in het Braziliaanse regenwoud,. We zouden in staat gesteld worden om deelgenoot te zijn van hun levenswijze, waarbij het samenwerken met de geestkrachten van het oerwoud een belangrijke plaats inneemt. Het oogsten, verwerken en gebruiken van deze geneeskrachtige kruiden van het oerwoud vond plaats binnen een atmosfeer van respect en eerbetoon. We zouden deel mogen nemen aan nachtelijke rituelen, die hun wortels hadden in christelijke en sjamanistische tradities. Deze ecologische gemeenschappen waren ervan overtuigd dat, door de krachten van het oerwoud te erkennen en op gepaste wijze, in dankbaarheid, te benutten voor hun welzijn, dit een wezenlijke bekrachtiging zou hebben op de energetische weerbaarheid van het regenwoud. Deze gemeenschappen hielden zich dus bezig met een interactieve vorm van spirituele ecologie.

Tijdens onze eerste week in het oerwoud keken we uit naar ons eerste ritueel. Dat zou plaats vinden op de feestdag van de heilige Johannes (24 juni). Het zou een nachtelijk ritueel worden van zonsondergang tot zonsopgang. Er werd aan deel genomen door ongeveer veertig mensen, die overdag met bootjes en kano’s vanuit de omgeving waren aangekomen. We begonnen rond het vallen van de duisternis. Het ritueel duurde ongeveer zeven uur en vond plaats in een rond openluchtkerkje in het oerwoud. Er was sprake van een gedisciplineerde ordening. In het midden stond een tafel met o.a. kaarsen, een Mariabeeld en een Christusbeeld. Aan deze tafel zaten oudere ingewijden. Daaromheen stonden de mensen in vier groepen verdeeld; aan de ene kant de mannen en aan de tegenovergestelde zijde de vrouwen. Rechts van hen de knapen en aan tegenovergestelde zijde de maagden. Er werd bijna constant gezongen onder begeleiding van gitaren, drums en rammelaars; zittend, staand of vaker onder het maken van bepaalde ingetogen danspassen. Deze mensen vormden zo een klinkende en bewegende mandala, die een voelbare kracht genereerde.

Op verschillende momenten tijdens het ritueel bestond de mogelijkheid het “sacrament van het oerwoud” te nuttigen, ook wel ayahuasca genoemd, dat al eeuwenlang door o.a. Peruaanse sjamanen werd gebruikt. Zij noemden deze drank “het grote medicijn”. Het is een gefermenteerde thee van een tweetal krachtige kruiden, die op rituele wijze bereid wordt. In vertrouwen mag je je met behulp van dit middel overgeven aan de geesteskrachten van de natuur. Het effect kan het beste samengevat worden als een uitzuiverend en bekrachtigend proces. Bij de een gaat dat gepaard met lichamelijke symptomen van o.a. misselijkheid en overgeven. Bij de ander met meer psychische verschijnselen, waarbij bepaalde gedachteprocessen worden doorgewerkt, of emoties worden doorleefd en ontladen. Bij weer anderen spelen spirituele aspecten mee, waarbij communicatie met (innerlijke) geestkrachten op de voorgrond staan. Ook kunnen deze verschillende aspecten naast en door elkaar optreden.

Een innerlijke oproep

Het moet ongeveer rond vier uur ’s ochtends zijn geweest. Ik had net een fase doorgewerkt, waarin ik moest vechten om op mijn benen te blijven staan en om in  verbinding te blijven met het gebeuren van het ritueel. Door het gezang heen hoorde ik een stem in mij, die heel zacht en liefdevol klonk. Deze stem vroeg mij of ik bereid was het ziekteproces van malaria aan te nemen, om dat vervolgens op eigen kracht en met eigen middelen te doorleven. Na enkele momenten van verwarring en verbazing, merkte ik dat ik ook blij en verrast was door deze vraag. Zonder verder echt veel na te denken gaf ik te kennen, dat ik bereid was dit proces aan te gaan. Even later was mijn aandacht al weer bij de tekst van de Portugese liederen die gezongen werden en ik “vergat” dit voorval

Een paar uur later, terwijl het licht werd, vond de afronding plaats van het ritueel. Ik was moe en opgewekt tegelijk en zocht naar een plekje om even alleen te zijn. Het hele gebeuren had diepe indruk op me gemaakt.

Een innerlijke oproepHerinneringen kregen kans om naar boven te komen, zo ook de vraag rond de malaria. Ik realiseerde me dat ik meer dan tien jaar geleden, tijdens een verblijf in zuidelijk Afrika, al rond het gegeven van de malaria heel belangrijke en leerzame ervaringen had gehad. Ook toen werd ik getest in mijn vertrouwen op eigen inzicht en aanpak. Terwijl ik, gezeten op een boomstronk, daarover zat te mijmeren klonk die liefdevolle stem weer, die me liet weten dat, alhoewel ik had toegestemd, dat nog niet hoefde te betekenen, dat ik ook daadwerkelijk malaria zou krijgen. Op basis van mijn jawoord zouden nu mogelijk ook andere stappen kunnen volgen. Niets stond vast, maar mijn innerlijke bereidheid was in staat nieuwe poorten voor mij te openen.

Ik had me vanaf het eerste begin van mijn reis een inlands gebruik eigengemaakt. Als ik met de kano ergens op een nieuwe plek aankwam, dan hurkte ik bij mijn eerste stappen op het land neer, veegde de oppervlakkige aardlaag weg en nam een beetje aarde in mijn hand. Ik likte met mijn tong een heel klein beetje aarde op en slikte dat door. Het was een eerbetoon aan moeder aarde en zou ook een preventief effect kunnen hebben op het krijgen van malaria.

Zie de tekenen

Ongeveer twee weken later verbleven we, na een dag reizen per truck en twee dagen per kano, in een gemeenschap van enkele honderden mensen, die zich bewust nog een heel stuk dieper in het regenwoud hadden teruggetrokken. Het dagelijks leven daar straalde een natuurlijke eenvoud uit, maar gemakkelijk was het zeker niet. Bijna alle levensmiddelen en gebruiksartikelen moesten per kano aangevoerd worden, minimaal een dagreis verwijderd van de gemeenschap.

Gedurende een van de eerste dagen daar zocht ik al contact met de arts die verantwoordelijkheid droeg voor de algehele gezondheid van deze gemeenschap. Ik liep een paar dagen mee in zijn praktijk en we wisselden ervaringen uit. Ik was vooral geïnteresseerd in de integratie van het gebruik van speciale kruiden uit het regenwoud. Als er sprake was van malaria, werd toch (terwijl er kruiden voorhanden waren) gebruik gemaakt van de reguliere medicijnen om het ontstaan van een epidemie zoveel mogelijk te kunnen beperken. Tijdens mijn verblijf waren er verschillende gevallen van malaria. Na enige dagen kreeg ik bepaalde symptomen waarvan ik vermoedde dat ze ook bij malaria konden horen, dus ging ik naar de arts voor bloedonderzoek. Hij bevestigde mijn vermoeden en stelde voor om de gebruikelijke medicijnen te nemen. Ik vertelde hem dat ik op eigen wijze het ziekteproces wilde doorlopen. Alhoewel hij mijn standpunt respecteerde, kon hij er niet mee instemmen, omdat hij ook verantwoordelijkheid droeg voor het welzijn van de gemeenschap. Ik was theoretisch een potentiële besmettingsbron. Dit woog voor hem nog zwaarder toen duidelijk werd dat ik ook nog eens een afwijkende vorm van malaria had, die daar gewoonlijk niet voorkwam. Ik vroeg een dag bedenktijd. Hij ging daarmee akkoord. Ik voelde dat ik wel enige bijstand kon gebruiken voor het organiseren van een alternatief, dus ging ik met behulp van enkele dorpsbewoners op bezoek bij een genezeres van de umbanda-traditie, een oerwoudgeneeskunst.

een genezeres van de umbanda-traditie, een oerwoudgeneeskunst. Ik legde haar mijn situatie voor en mijn grote verlangen om dit op eigen kracht aan te gaan. Ik legde haar uit, dat ik dit wilde aanpakken door middel van vasten en door gebruik te maken van mijn eigen urine als een soort auto-vaccinatiemiddel, binnen de ayurvedische geneeskunde bekend als “shivambu”.

Zij stuurde mijn helpers weg en nam mij mee naar een bijzondere plek in het woud, aan een beekje met een paar gigantische bomen. We gingen zitten onder een eenvoudig vervaardigd bladerdak, verstilden en stemden ons af op de geesteskrachten in onszelf en op die van het woud en we vroegen om tekenen. Na enige tijd van bijzondere stilte, kwam er duidelijk hoorbaar een heel klein vogeltje aangevlogen, dat een tijdje boven het water bleef hangen. Het cirkelde een paar keer om een grote boom en was toen weer weg. “Um bejaflor branco” mompelde de oude vrouw instemmend. Ze legde me uit dat de zwarte kolibrie de brenger van heling betekent en ze gaf me de raad om naar een umbanda-genezeres te gaan, die aan de rand van de gemeenschap woonde; die zou me wel verder kunnen helpen. Ik was inmiddels al begonnen met vasten en dronk alleen nog bronwater. Met voldoende water in mijn rugzakje ging ik samen met een gids op stap. Het was een uur lopen. De vrouw was iets ouder dan ik en had een krachtige en liefdevolle uitstraling.

krachtige en liefdevolle uitstraling. Na het horen van mijn verhaal bood ze haar hulp aan. Ik zou gebruik mogen maken van haar heilige plek, waar ze haar genezingsrituelen hield. Het lag op ongeveer een half uur lopen dieper het oerwoud in, waar niemand woonde. Ik moest maar terug gaan naar het dorp en mijn hangmat en muskietennet halen en wat ik verder nog nodig dacht te hebben voor mijn eigen verzorging. Op onze weg terug, liepen we nog langs de spiritueel leider van het dorp voor zijn goedkeuring en daarna langs de arts om hem op de hoogte te brengen van mijn plannen, om me terug te trekken uit de gemeenschap, om zodoende mijn eigen proces aan te kunnen gaan. Hij wist niet goed hoe hij moest reageren. Toch wenste hij me oprecht sterkte en inspiratie toe.

Een natuurlijk internet

Laat in de namiddag was ik met de benodigde spullen weer terug bij de genezeres. Ze zou me naar haar werkplek in het oerwoud brengen. Ik voelde me moe en zwaar, een voor mij vertrouwde indicatie dat het innerlijk zuiveringsproces had aangevangen, maar tegelijkertijd voelde ik me innerlijk krachtig, vastberaden en blij om de mogelijkheid die nu voor me lag. We liepen in een rustig tempo, klommen over boomstammen, sprongen over stroompjes. Naarmate we dieper in het oerwoud kwamen, voelde de atmosfeer nog meer gedragen en voller. De lucht gonsde van leven, de zo verschillende roepen van de paradijsvogels werden nog verscheidener. Toch was er een zekere verstilling. Onze gang was ingetogen, alsof we in voortdurende verwondering waren omtrent de steeds weer onverwacht opduikende pracht en praal in de schijnbare chaos van deze wilde natuur.

We kwamen op een kleine open plek uit. In het midden stond een klein bladerdak op twee paaltjes. Zij wees naar twee gigantische bomen aan weerszijden van de open plek: “Papa velho, mama velho”. Grootvader boom en grootmoeder boom. Ze behoorden tot de grootste en oudste bomen van het regenwoud en onderhielden met elkaar een energetisch netwerk, waar de kleinere bomen en struiken goed in konden gedijen. Deze grote bomen werden door houtexploitanten het eerste gekapt. Daarmee brachten ze de innerlijke weerbaarheid van het regenwoud een harde klap toe.

Ze liet me zien hoe Mama velho haar wortelbed breed uitspreidde en een soort moederkoek, placenta vormde. Papa velho drong directer de diepte van de aarde in. De plek waar ik zou gaan liggen lag op de lijn tussen deze twee grootouders van het oerwoud. Terwijl ik mijn hangmat tussen de twee palen onder het bladerdak ophing en mijn muskietennet bevestigde, liep zij zingend met een bakje met rokende kruiden om de plek heen. Ik zette het water en mijn andere spullen onder handbereik en ging in mijn hangmat liggen. Ze keek me stil aan. Haar krachtige en liefdevolle ogen sterkten me in mijn voornemen. Ik voelde respect van haar uitgaan. Ze zou iedere dag iemand vers water laten brengen. Als ik haar nodig had, moest ik dat aan die persoon laten weten. Ze knikte glimlachend en verdween.

 

 

 

In afzondering

Het was ergens in de late namiddag en ik was blij nu eindelijk in mijn hangmat te liggen. Ik genoot van het feit dat ik helemaal alleen was. Ik voelde diepe dankbaarheid voor deze gegeven situatie. Ik voelde mij omgeven door echte natuur, wilde natuur. Ik voelde geen angst. Ik koesterde me in deze vertrouwde situatie, al was het regenwoud nog “nieuw” voor me. Ik keerde naar binnen en voelde me in contact met mijn eigen natuur die me heilig is; onaantastbaar en tegelijk ook zo kwetsbaar. Ik zakte weg in een zware moeheid en gaf me in vertrouwen over aan de eenheid van alles, die hier zo duidelijk voelbaar was.

De nacht viel snel en de geluiden veranderden, ook al doet dat in het oerwoud niets af aan de volheid van leven.

Een pijn begon zich in mijn hoofd te manifesteren. Ik liet het gaan. Een bekend bijverschijnsel van de aanvangsfase van het vasten. Voordat de eigen genezingskracht zich kon doen gelden, moest eerst een grondige innerlijke zuivering plaatsvinden. De afvalstoffen zaten nu volop in mijn bloed en waren verantwoordelijk voor deze hoofdpijn. Ik moest vooral veel blijven drinken.

Het was pikkedonker. Naarmate de nacht vorderde, kregen de geluiden onwezenlijke bijklanken. Soms kwamen geluiden dichterbij, onverwacht, waardoor mijn aandacht voor de directe omgeving weer alert werd. Dan zakte ik weer weg in de eindeloosheid van het nachtelijk oerwoudleven. Ik viel niet in slaap, maar toch voelde ik me steeds weer in een ander soort werkelijkheid wegglijden. Tijd viel weg: dag – nacht – dag. Ik kon me alleen overgeven aan de intensiteit en volheid van het leven in het oerwoud, een constante  veranderlijkheid. De geluiden droegen een eigen ritme in zich, waardoor ik me liet meevoeren naar andere werelden.

De alliantie

De aanvankelijke hoofdpijn veranderde van karakter en werd sterker, doordringender. Mijn ogen en oren werden brandpunten van pijn. De koortspieken werden hoger. Ik kon niet nalaten om af en toe even te meten: 39,8 , 40,5 , zelfs 41,2˚C. Toch was er een weten in me dat ik daadwerkelijk aan het uitzieken was en dat alles volgens plan verliep.

Het was aan het einde van de tweede dag. Het begon met een enkele dikke donkere mier, die ergens over me heen liep. Ik blies of veegde ‘m dan weg. Dit gebeurde over en over. Op een gegeven moment wist ik, dat ik zo niet bezig kon blijven. Ik kon me er beter niet aan blijven ergeren. Ik keerde naar binnen en vroeg om contact met de deva van de mieren: het “opperhoofd”. Na enige tijd verscheen er in mijn geestesoog een gigantisch uitvergrootte mierenkop; wat een creatie. Vooral de facetogen fascineerden mij. Ik groette deze deva en vroeg om opheldering van de situatie waarin ik me met de mieren bevond. “Wij zijn hier om je te helpen, wees niet bang. Wij hebben een transformerende taak binnen het energetisch proces waarbinnen je je nu bevindt.” “Maar ik vind het erg vervelend dat ze over me heen kruipen en zo kriebelen”, seinde ik terug. “Laat ons een overeenkomst sluiten”, reageerde de deva op wijze toon. “Als wij ons binnen het muskietennet mogen begeven om zo ons deel van het werk te kunnen doen, verzeker ik je dat er geen enkele muskiet meer binnen het net zal komen”. Deze laatste opmerking sloeg bij me in. Hoe wist die mierendeva, dat me die muskieten zo bezig hielden? Alhoewel ik er helemaal van overtuigd was dat ik er goed aan had gedaan om binnen dit proces mijn eigen weg te gaan, bleef toch de opmerking van die arts, over mij als potentiële besmettingsbron voor andere mensen, steeds in me naklinken. Ik had dat al zoveel mogelijk uitgesloten door me uit de gemeenschap terug te trekken en me nagenoeg constant onder het muskietennet schuil te houden, maar toch … Ik wilde niet ten koste van anderen mijn eigen weg gaan. Als deze deva me nu kon verzekeren dat er geen muskiet binnen het net zou opduiken, dan zou dat de storende gedachte, die me af en toe deed twijfelen, weg kunnen nemen.  Ik stemde in met de overeenkomst. “Let wel”, zei het opperhoofd, “alhoewel het merendeel van deze mierengemeenschap je welgezind is en je niet zal bijten, zitten er ook bij onze soort negatieve elementen, deserteurs, die je zullen bijten om zodoende kwaadheid bij je op te wekken. Ze zullen proberen onze overeenkomst te ondermijnen. Laat je niet intimideren! Wij zijn er om je te helpen in je opdracht; wij zijn de werkers voor moeder aarde. Laat ons samenwerken!” Het beeld verdween. Ik zuchtte en keek omlaag naar de grond. Ik kon mijn ogen bijna niet geloven, het zag er zwart van de mieren! Het was één grote, ellipsvormige, krioelende massa mieren onder mijn hangmat.

Gedurende de uren die daarop volgden nam het kriebelend verkeer over mijn lichaam toe. Ik moest moeite doen om ontspannen te blijven. Ze liepen over mijn gezicht, tussen mijn kleren. Ik wist soms niet meer wat erger was, de steeds sterker wordende pijn in mijn hoofd, of het gekriebel. Toch kon ik “voelen” dat ze me niet opzettelijk kriebelden; ik registreerde hun bedrijvigheid, hun werkzaamheid, hun toewijding. Het lukte me op een gegeven moment om ze, zonder extra aandacht, hun gang te laten gaan. Het mierenspektakel duurde ongeveer twee dagen. Ik werd maar twee of drie keer gebeten. Na deze dagen bleven ze nog wel aanwezig, maar lang niet meer in zo’n gigantisch aantal.

Zowel overdag als ’s nachts sliep ik niet. De pijn was te heftig, te overheersend. Op een gegeven moment begon ik maar hardop te zingen, te neuriën. Dat gaf aan de pijn even een minder doordringend karakter. Ik zong flarden van de Portugese religieuze liederen, die ik binnen de rituelen had gezongen. De woorden kwamen uit mijn hart, ik had geestelijke bijstand nodig!

Een metafysieke werkelijkheid

Ik weet niet eens meer of het dag of nacht was. De pijn doorboorde mijn hoofd. Mijn oren en ogen vlamden van de pijn. De beleving ervan trok me weg van de plek waar ik was en voerde me naar een andere werkelijkheid. Ik zag ineens het beeld van een bovenlichaam met het hoofd van een stokoude vrouw. Het beeld leek in eerste instantie zwart-wit. Haar haar was wit en wild. Haar diep gegroefde gezicht bleek en vaal. Haar kleren zwart en slordig; een heks? Enerzijds schrok ik er van. Even maar, want ik voelde ook een uitstraling van waardigheid, die me in verwarring en verwondering bracht. Schijnbaar straalde ik iets uit van: “Wie ben je …?”, want de vrouw begon tegen me te spreken. “Ik ben Signora Mala Ria, ik ben een vormgeving van de metafysieke werkelijkheid achter de verschijnselen, die jullie benoemen als malaria”. Ik bleef stil en ontvankelijk. Ik kreeg oog voor de diepe wijsheid die in haar ogen lag, een ernstige wijsheid. “Wat is de zin van het proces, dat wij malaria noemen?” vroeg ik haar. Ik merkte, dat ik me weer op mijn gemak begon te voelen. “Deze verschijnselen treden daar op, waar sprake is geweest van een gebrek aan respect van de eigen natuur of die van moeder Aarde; hierdoor wordt de waardigheid ontheiligd en de innerlijke weerbaarheid ontkracht. Deze verstoring kan vele levens geleden zijn ontstaan en een verkillend effect hebben op het organisme van de mens en de aarde. Door het verwerken en transformeren van deze eigen innerlijk verkillende energieën, door het aanspreken van het zelfhelend vermogen, kan de mens tegelijkertijd gelijkende verstorende krachten binnen het energieveld van de aarde transformeren.” “Hoe werkt dat dan? Wat is de rol van de koorts? Wat is de plaats van de parasieten?”, vroeg ik. “Binnen de medische ratio worden er verbanden gelegd tussen de groei en uitstoot van de parasieten uit de lever in de bloedstroom en de koortspieken. Er ligt nog een diepere werkelijkheid verborgen achter deze verschijnselen. In feite is het een gecompliceerd multidimensionaal proces. De vuurkracht die van binnenuit in ritmische golven tot ontwikkeling wordt gebracht, werkt ontkrampend op weefsels, die aangeraakt of aangetast zijn door de verkillende, verkrampende energieën. Deze ontkramping, waarbij deze energieën loskomen, kan gepaard gaan met koude rillingen. Deze rillingen worden dus niet veroorzaakt door de uitstoot van de parasieten, waarvan vermeende toxische stoffen de koorts zouden veroorzaken. Het hele parasietengebeuren heeft wel een begeleidende rol binnen het geheel, maar is niet de oorzaak van de “ziektesymptomen”. Ik overdacht haar woorden in stilte. Ofschoon ik dit weten eigenlijk niet in me mocht laten doordringen, omdat het zo tegen het huidige medische denkmodel in ging, voelde ik ook dat haar woorden een dieper weten in mij raakte, dat ik niet zo maar opzij kon duwen. “Waardoor wordt dan de pijn in mijn hoofd, mijn ogen en oren veroorzaakt?” vroeg ik haar. “De pijn in je hoofd drukt het verkillend effect uit van die disharmonische gedachten die je in jezelf hebt toegelaten; gedachten die in strijd zijn met je werkelijk zijn. De pijn in je oren drukt het verstorend effect uit van die klanken en woorden, die je in jezelf hebt laten doorklinken en die niet overeenstemmen met je werkelijke identiteit. De pijn in je ogen drukt de zielenpijn uit van het tot je laten doordringen van beelden, die de menselijke waardigheid geweld aandoen. Zintuiglijke indrukken zijn niet neutraal; ze hebben een klankkleur. Die klankkleur bepaalt of ze verwarmend of verkillend werken op de ziel van de mens. Bij het proces dat jullie malaria noemen, wordt je in staat gesteld om je van de verkillende uitwerking van deze energetische indrukken, die tot in jullie fysieke gesteldheid tot uitdrukking kunnen komen, te bevrijden. Deze innerlijke transformatie op basis van eigen geneeskracht werkt bekrachtigend op het zelfhelende vermogen van onze moeder Aarde. Op zeer milde wijze vindt dit zelfde proces plaats binnen het verschijnsel wat jullie “verkouden-zijn” noemen. De mens wordt dan in staat gesteld om zich juist te ontdoen van verkillende energieën, die hij meestal onbewust op zich heeft laten inwerken, zowel van binnenuit als van buitenaf”.

Signora Mala Ria en ik bleven nog even met elkaar in contact. Er speelde nu een milde glimlach in haar uitdrukking. Ik voelde respect en ontzag voor haar wijsheid, maar tegelijkertijd ook nog wat verwarring. Ik dankte haar voor haar leringen en vroeg me innerlijk af waarom ze zo’n, in eerste aanblik, afstotende vormgeving had aangenomen. “Voor wie zich laat leiden door angst blijft het

werkelijke gezicht der dingen verborgen”, flitste het door me heen en haar beeld verdween.

Haar beeldIk keek om me heen het woud in. In het onderste deel van elke stam van de bomen, die ik liggend vanuit mijn hangmat kon zien, zag ik een groot gezicht, bleek en menselijk. De contouren vloeiden over in de stam. Ik liet ze stilzwijgend naar me kijken. “Boomgeesten”, ging het door me heen en ik keek van stam naar stam, van gezicht naar gezicht. Ze leken erg op elkaar, hadden weinig expressie, maar straalden toch een diepe verstilling uit, iets heel oud. Ik voelde niet de behoefte om echt met een van hen contact te maken, al realiseerde ik me wel, dat ik een werkelijkheid mocht aanschouwen, die voor het alledaagse oog gewoonlijk verborgen bleef.

Ik liet de beelden om me heen los. Een diepe vermoeidheid maakte zich van mij meester. De pijnen in mijn hoofd, die nu een andere kwaliteit schenen te hebben, deden me Sinora’s woorden weer herinneren. Ik herkauwde ze keer op keer. Ik kon de diepgang van haar woorden nog niet helemaal peilen, maar het weten in me, hoe wezenlijk een houding van respect naar de natuur, in en om ons heen, was, werd hierdoor bevestigd. De geestkrachten die achter de verschijnselen schuil gaan, laten zich van nature niet dwingen. Ze trekken zich terug uit plaatsen en zaken, wanneer er sprake is van een gebrek aan respect. Daarom wordt er in deze spiritueel ecologische gemeenschappen met zoveel aandacht en eerbetoon “het grote medicijn” geoogst, verwerkt en genuttigd. Omdat de geestkracht van het kruid of gewas wordt gerespecteerd, wordt al doende de helende potentie van de gebruikte kruiden optimaal behouden. Als de mens in overgave is aan zijn natuur, is de natuur in overgave aan de mens.

Het mannenhuis

Het MannenhuisAl mijmerend kwamen de herinneringen terug aan het werken in het mannenhuis, ongeveer drie dagen voordat ik me niet zo lekker begon te voelen.  Daar werd op zeer rituele wijze het “sacrament van het oerwoud” vervaardigd. Dit medicijn bestond uit twee gewassen. Het ene was de stengel van een bepaald soort klimop (Jacube), die zich over wel tientallen meters langs woudreuzen omhoog een weg naar het licht baande en werd gezien als de mannelijke component van het medicijn. De vrouwelijke component bestond uit groene blaadjes van een laag struikgewas (Rainha). Vrouwen oogstten, selecteerden en zuiverden samen deze blaadjes.

De klimop werd door mannen geoogst, die hoog de bomen inklommen en dan lange stukken los zaagden. Dit was een zeer inspannende bezigheid en vroeg naast kracht veel behendigheid. De dikte van de stengels varieerde tussen de drie en vijf centimeter en voelde aan als houtstammetjes, die verrassende draaiingen en bochten konden vertonen. De oogst werd dan naar het mannenhuis gesjouwd en vervolgens in stukken van ongeveer dertig centimeters gezaagd en op een hoop gelegd.

Enkele mannen namen mij mee naar dit mannenverblijf, dat een eindje verwijderd lag van de dorpskern. Toen ik de plek naderde voelde ik hoe de atmosfeer veranderde en ik voelde dat ik een verwachtingsvolle spanning in mijn buik kreeg. Het gonsde in en om het huis van de activiteit en er waren verschillende plekken waar groepjes mannen bepaalde handelingen verrichtten. Het mannenhuis was een houten bouwsel zonder muren en bestond uit meerdere compartimenten. Ik zag grote vuurovens waarop grote dampende ketels stonden, waaromheen zwetende mannenlijven druk in de weer waren. Er hing een vreemde geur die ik niet thuis kon brengen. Ik voelde me tegelijkertijd vertrouwd en ook een beetje onwennig tussen deze mannen. Het was fijn dat ik door een van hen naar een groepje van zeven mannen werd geleid rond zo’n hoop klimopstammetjes. Ik kon op een boomstronkje plaatsnemen en mij werd voorgedaan hoe ik met een mesje de bast van de stammetjes moest afkrabben. Dit was niet zo gemakkelijk als het op het eerste gezicht leek. Door de draaiingen, verstrengelingen en inkepingen van de stammetjes vroeg dit extra aandacht. Mij werd duidelijk gemaakt dat het wel belangrijk was om het zo accuraat mogelijk te doen. Het duurde een hele tijd voordat ik me er aan kon overgeven, zonder me druk te maken om de grote hoop die nog gedaan moest worden. Het leek eindeloos. In plaats van mijn aandacht bij m’n eigen werk te houden, liet ik die verleiden naar andere hoeken. Het hele gebeuren kwam nogal chaotisch over en toch zat er ook een voelbare gedisciplineerde ordening in. De toegewijde aandacht die ik overal om me heen bij de verschillende activiteiten zag, fascineerde en inspireerde me. Mijn gepeuter leek in geen verhouding te staan tot het gesjouw van grote houtblokken en ketels water door de gespierde en bezwete lijven rond de vuren, maar toch wist ik dat we allemaal gedreven werden door hetzelfde verlangen om medescheppers te mogen zijn binnen dit natuurlijke wonder. Mijn hand die het mesje met grote kracht en behendigheid moest hanteren, vertoonde diepe rode indrukken en had de neiging tot pijnlijke verkrampingen. De voelbare broederschap en gezamenlijke inzet werkten vertroostend en ondersteunend. Hoewel het geen fysiek zware arbeid was die ik deed, voerden de inspanning en de broeierige atmosfeer de temperatuur van mijn lichaam omhoog en het zweet liep langs mijn slapen en rug.

Het sacrale huwelijk

Ik moet daar een paar uur bezig zijn geweest, toen ik samen met de anderen werd uitgenodigd om naar de afdeling te gaan waar ik mannen bezig had gezien met de volgende bewerkingsfase. Ik verwelkomde deze afwisseling en was daarnaast ook erg nieuwsgierig naar de activiteit die zo’n centrale aandacht leek te krijgen  in het mannenhuis. We mochten weer op stoelhoge boomstammetjes plaatsnemen, met ieder een even hoge boomstam voor zich, die als aambeeld moest dienen. We zaten in een rij van zeven mannen. Ik herinner me nu nog zeer goed mijn linker buurman, een jonge grote en donkere Braziliaan van een jaar of vijfentwintig. Hij was zeer ingetogen en ingekeerd en maakte nauwelijks contact met zijn omgeving; hij straalde een natuurlijke fierheid uit. Wel gaf hij mij een korte blijk van erkenning, toen ik naast hem plaats nam. We kregen allemaal een zware rondhouten beeldhouwerhamer en de hele hoop stammetjes, die we daarvoor zelf hadden schoongekrabd, werd aangevoerd. Het was de bedoeling dat we met onze houten hamer op zo’n stammetje, dat we met de andere hand op het aambeeld hielden, sloegen, zodat het geleidelijk aan als losse vezels uit elkaar zou vallen.

Bereidingsproces medicinale drank

We keken uit op de afdeling waar het eigenlijke bereidingsproces van de medicinale drank plaatsvond. In de ketels boven de grote vuurovens, die gevuld waren met wel meer dan honderd liter kokend water, werden de groene blaadjes die door de vrouwen waren aangeleverd en de houten vezels van de klimop, samengevoegd. Hier vond het magische huwelijk plaats tussen de mannelijke en vrouwelijke component.

Blaadjes aan de kookVuur stoken voor het koken

Nadat de blaadjes en de houtvezels weer aan de kook waren gebracht, bleef het nog een bepaalde tijd op een lager vuur sudderen. De medicinale thee die daar het resultaat van was, had een helder gele kleur en werd afgegoten in containers van ongeveer twintig liter. Zo werd er een eerste, tweede en derde afgietsel gemaakt. In de containers vond er dan na bepaalde tijd een fermentatieproces plaats, waardoor de drank een ondoorzichtige oranjebruine kleur en een wrange en bittere smaak kreeg.

Voor we begonnen met onze verbrijzelingopdracht, kregen we één voor één een beker verse thee van het grote medicijn. Deze verse thee was aangenaam van smaak. Het drinken van de thee gebeurde met gepaste aandacht. Na het nuttigen van de thee kwam er een drum aan te pas, die werd gebruikt om het ritme aan te geven waarmee we met onze hamer op het stammetje moesten slaan; althans zo leek het.

Broederschap

Ik keek maar af en toe hoe mijn linker buurman het deed. Hij liet zich niet verstoren en ging gewoon door met zijn werk. Het was een hele kunst om het stammetje zo vast te pakken, dat de klap die je er met de hamer op gaf niet doortrilde in je hand en arm, want dat voelde je wel! En je had heel wat klappen nodig om één zo’n stammetje volledig tot vezels te kunnen meppen. Het was zwaar, het was heet en af en toe kwam er een gitaar aan te pas om ons door middel van een gezang, dat door bijna iedereen werd meegezongen, aan te sporen in ons werk. Na een uurtje werd er dan weer van de thee gedronken en ging het weer door. Mijn handen betaalden geleidelijk aan de tol van hun onervarenheid in deze activiteit. Zowel links als rechts ontstonden er vochtblaren op de plekken waar ik de krachtigste grip uitoefende. Geleidelijk aan kreeg ik mijn zware hamer bijna niet meer de hoogte in; mijn rechter arm begon te krampen en moest af en toe een drumslag overslaan om in het ritme te kunnen blijven.

Door het drinken van de thee en het zingen, kreeg onze geestesgesteldheid een andere klankkleur, waardoor ik me dingen gewaar werd die van een andere orde leken te zijn. Mijn linker buurman moet ongemerkt mijn innerlijke en fysieke strijd hebben aangevoeld en het leek wel alsof er inspiratieflitsen van zijn kant naar me oversloegen. Het weten kwam in me op dat het bij deze activiteit niet zozeer ging om kracht, maar om een specifieke manier van handelen. Het ging niet zozeer om de klap naar onderen op het stammetje, maar om de opwaartse beweging. Ik legde te veel nadruk op het raken van het stammetje en gebruikte daar veel te veel kracht voor. Mijn aandacht moest ik verleggen naar de opwaartse beweging en vervolgens het gewicht van de hamer zijn werk laten doen. Verder werd me duidelijk dat de neerwaartse val van de hamer niet moest stilvallen op het hout, maar dat de klap als momentum gebruikt moest worden om op te veren. Om dat mogelijk te maken moest ik in mijn kracht blijven zitten en dit werd onderhouden door mijn rug zo ‘oprecht’ mogelijk te houden, door niet in te zakken. Het contact met mijn buurman vond plaats via veranderende lagen van bewustzijn; uiterlijk was er geen contact. Hij werkte onverstoorbaar verder, maar zijn aanwezigheid werd steeds meer voelbaar. Ik liet me door hem meenemen in de kracht van het ritueel, maar ik moest het wel allemaal zelf ‘hard maken’. Soms verloor ik hem weer even als ik door een verkeerde mep een pijnscheut in mijn hand kreeg en dan even later zag dat daar een bloedblaar was ontstaan. Hij was echt mijn broeder, mijn grote broer en ik mocht zijn broeder zijn door in het ritueel te blijven. Dat voelde als iets heel warms, iets heel krachtigs, iets heel groots en iets heel heiligs. Het waren deze kostbare kwaliteiten die me droegen in mijn pijn en die me deden doorgaan. Ik wilde niet voortijdig stoppen; ik wilde samen met deze mannen in deze rituele handeling volharden. Voor mijn gevoel moest ik al mijn zeilen bijzetten; in mijn waarnemingen richtte ik me op het ritme van de drum en de beweging van mijn arm en liet ik me niet meenemen door de pijnlijke aanblik van mijn handen of de andere activiteiten om me heen. In mijn denken concentreerde ik me op het nù door contact te houden met mijn ademhaling, die synchroon met mijn bewegingen verliep. Ik liet me niet meenemen door gedachten over hoe lang het nog zou duren en of ik het wel zou kunnen volhouden. In mijn gewaarwordingen richtte ik mijn aandacht op de veerkracht en continuïteit van beweging en de beleving van de oprechtheid van mijn rug. Ik liet me niet meenemen door de pijn die mijn handen en armen verder vulden. In mijn wil hield ik me gericht op de geheiligde kwaliteiten van samenzijn en de magie van ons handelen en ik liet me niet meenemen door mijn willetje, die vond dat ik het nu wel allemaal voor gezien kon houden en er mee kon stoppen.

Bereidheid te sterven

Ik weet niet meer hoe lang wij daar hebben gezeten. Ik weet wel dat ik gaandeweg tot steeds diepere inkeer kwam en tegelijkertijd een gevoel van diepe verbinding met de natuur van de mensen en het oerwoud om me heen. Er werd een sein gegeven dat er voldoende was verwerkt voor de verdere bereiding. Ieder maakte zijn laatste stammetje af.

Toen iedereen zo ver was werden de drievoudige handdrukken uitgewisseld. Mijn dankbaarheid naar mijn medebroeders was diep, vooral naar mijn linker buurman. Toen wij elkaar de hand drukten keken we elkaar aan en wisten dat we elkaar kenden. Hij glimlachte ingetogen; zijn broederlijke erkenning voelde als een koesterende warmte.

Op het moment dat ik het mannenhuis uitstapte, voelde ik me nog half in die andere werkelijkheid van het ritueel. Ik werd bijna verblind door de zon. Ik staarde naar mijn handen. Ze zagen er niet uit, een veelvoud van vocht- en bloedblaren die deels waren opengebarsten en die mijn handpalmen rood, oranje en bruin kleurden. Pijn sierden mijn handen. Al voelde ik me opeens heel kwetsbaar, een gevoel van diepe dankbaarheid en erkentelijkheid naar mijn handen voerde de boventoon. “Het is volbracht”, ging het door me heen en terwijl ik uit de aanblik van mijn handen loskwam, zag en voelde ik overal vlinders om me heen. Honderden, ontelbare kleine gele, grote blauwe, oh, wat onvoorstelbaar mooi. Wat een andere wereld! Even dacht ik dat ik droomde, maar, maar het was echt zo! Ik voelde me opgetild en zeer ontroerd. Flitsend en krachtig ging er een gedachtestroom door me heen. “Nu kan ik sterven, nu mag ik dood gaan, het is volbracht, het is goed zo!”. Deze gedachtestroom voerde een heel diepe gewaarwording van gelukzaligheid, voldoening, vervulling en dankbaarheid met zich mee. De tranen van ontroering en blijdschap lieten de zonnestralen nog meer schitteren.

 

Het venijn in het staartje

Het venijn in het staartje

Het was me duidelijk, dat het in dit uitziekproces niet zozeer om het genezen van malaria als klinisch ziektebeeld ging, maar om een inzichtverrijkend proces. Slechts een tip van de sluier die voor het metafysieke aspect van ziekteprocessen hing, werd opgetild. Ik was niet bang dat het mij niet zou lukken, om hier op eigen kracht en met eigen middelen doorheen te komen. Er was een weten in mij waar ik op kon vertrouwen, al wist ik niet wat mij nog te wachten stond. De mieren waren nu nagenoeg weg en geleidelijk aan begonnen vlinders te verschijnen. In steeds grotere aantallen vlogen ze om mijn muskietennet. Weer van die mooie witgeeltjes en die prachtige, grootse azuurblauwe wondertjes. Vaak zaten ze met hun betoverende vleugels minutenlang ademend in het zicht op mijn net. Ze brachten een energie van speelse lichtheid en paradijselijke schoonheid mee. Het schouwspel ontroerde me en liet me weten dat ik in een andere genezingsfase was aanbeland.

‘s Nachts werd weer een mystieke sfeer geschapen door geluiden die alleen dan klonken. De ene keer vlakbij, de andere keer ergens hoog boven me of ver weg. Vooral het huilende geschreeuw van een bepaald soort oerwoudaap, groeide geleidelijk uit tot een gigantisch aanzwellend koor, waarvan het geluid uit één organisme leek te komen; golvend, opjagend, verstommend, verstillend.

Het moet de ochtend van de vijfde dag zijn geweest; ik constateerde opnieuw een innerlijke verandering in het genezingsproces. De pijnen waren sterk afgenomen. Het voelde alsof de grootste strijd gestreden was. Ik ervoer innerlijke verlichting en zelfs blijdschap en ik keek er ook wel weer een beetje naar uit om naar de gemeenschap terug te kunnen keren en weer mee te kunnen doen met een aantal grote rituelen, die nog stonden te gebeuren.

Op een gegeven moment kon ik het weer niet nalaten om mijn innerlijk gevoel omtrent mijn situatie te checken, door nog eens mijn lichaamstemperatuur op te meten. Toen ik de meter aflas, kon ik mij ogen niet geloven: 40,2 ˚C! Ik nam het nog eens op en zowaar met hetzelfde resultaat; een schok ging door me heen. Ik raakte innerlijk in verwarring, mijn lichaam reageerde er onmiddellijk op, ik voelde een knoop in mijn maag. Hoe kon dat nou? Ik voelde me helemaal niet koortsig! Wat had dit te betekenen? In korte tijd voelde ik alle kracht uit mijn lichaam trekken en die maakte plaats voor een gevoel van zwaarte, vermoeidheid en wanhoop. Het kostte me extra moeite om me door de verwarring heen ertoe aan te zetten om naar binnen te keren, om helderheid te verkrijgen over wat er nu opeens met me gebeurde. Geleidelijk aan werd me duidelijk dat ik mijn innerlijk gevoel omtrent mijn situatie, had laten ontkrachten door de uitkomst van de meting van mijn fysieke temperatuur. Ik wist wel dat ik in de eindfase van het uitziekproces zat, maar ik had me nu wel laten pakken door mijn gebrek aan innerlijke zekerheid. Ik wist dat mijn fysieke conditie achter kon liggen bij mijn huidige geestesconditie, maar door mijn behoefte aan bevestiging van mijn innerlijk weten, had ik me in mijn uiteindelijk oordeel te zeer verlaten op de uitslag van die fysieke parameter. Hierdoor had ik het contact met mijn intuïtief weten verloren. De verwarring in mijn persoonlijkheid had een afgescheidenheid veroorzaakt van mijn hoger Zelf. Door de twijfel aan mezelf kon het eigenlijke venijn, het duiveltje in het doosje, toch weer zegevieren en me ontkrachten. Alhoewel ik er toe neigde om mezelf dit voorval kwalijk te nemen, realiseerde ik me ook, dat, doordat dit gebeuren nu zo kon plaatsvinden, ik ook in staat gesteld werd om een nog dieper inzicht te krijgen in deze zo cruciale laatste fase van het uitziekproces. Ik kon het onverwachte gebeuren geleidelijk aan accepteren. De verwarring ebde weg. De vermoeidheid als consequentie van de innerlijke ontkrachting, bleef echter nog wel duidelijk voelbaar aanwezig.

Laat los die trots!

Het was ongeveer halverwege de middag van de vijfde dag, toen de Ubanda-genezeres me kwam opzoeken met de mededeling, dat ik de plek binnenkort moest gaan verlaten, omdat ze die nu echt nodig had voor haar eigen werkzaamheden, die ze steeds weer een dag had uitgesteld.

Er was echter nog een andere plaats waar ik naar toe zou kunnen gaan, die was op zeker twee uur lopen verderop in het oerwoud. Dat was, gezien mijn fysieke uitputting van dat moment, nu onmogelijk.  Het andere alternatief was, dat ik terug naar de gemeenschap zou gaan, maar dan zou ik alsnog moeten voldoen aan de voorwaarde van de arts en zijn geneesmiddelen moeten innemen. Zij liet me weer alleen en zou later op de dag terugkomen om te horen wat ik zou doen.

Opnieuw sloeg mijn zelfverwijt toe. Had ik nou die thermometer maar achterwege gelaten, dan had ik nu nog kunnen beschikken over de fysieke kracht om naar die andere plek te gaan, waar ik dan helemaal op krachten kon komen alvorens terug te keren naar de gemeenschap. Dan had ik ook met een duidelijke bevestiging naar buiten kunnen komen, dat het mogelijk was om een dergelijk proces op eigen kracht te kunnen doorleven. Door het gebrek aan fysieke kracht was de andere locatie uitgesloten en daarom bleef er niets anders over dan terug naar de gemeenschap te gaan en toch die medicijnen te slikken!

Met moeite kon ik me weer onttrekken aan de innerlijke zwaarte van mijn gedachten en aan een diep gevoel van teleurstelling. Ik keerde naar binnen om te zien wat hier nu weer in het spel was; waar ging het hier werkelijk om?

Het kostte een aantal keren diep zuchten, voordat ik in mezelf kon toegeven dat ik me eigenlijk diep in mijn trots gekrenkt voelde door voortijdig terug te moeten keren naar het dorp. Al wist ik wel dat ik het innerlijk energetische proces had volbracht, ik kon nu “het uiterlijke bewijs” niet leveren, doordat ik er heel zwak uitzag en daarnaast ook nog die medicijnen moest gaan innemen. Ik vocht in mezelf; met mezelf. Was alles voor niets geweest?

Steeds weer schudde ik de negatieve gedachten en gevoelens van me af, om tot een nog diepere verstilling te kunnen komen, om me zodoende over te kunnen geven aan het hogere weten in mezelf. “Er wordt geen bewijs van je gevraagd. Laat los die trots!”, klonk het streng in me. “Het gaat hier alleen om een verrijking van je eigen innerlijke weten, op basis van de ervaringen die je hier hebt mogen beleven. Je werk in afzondering zit erop. Accepteer in dankbaarheid de medicatie van de arts. Door de vastenperiode die je hebt doorgemaakt, zul je nog duidelijker kunnen ervaren, wat de werking van deze middelen is. De chemische stoffen zullen je niet deren. Je hebt een bewustzijnsontwikkeling doorgemaakt waardoor dit nu niet het geval is. Ga terug naar het dorp en kom op krachten!”

Ik zuchtte. Alhoewel ik blij was met deze duidelijkheid kostte het toch nog een paar diepe zuchten, voordat ik er mee in kon stemmen. De buitenwacht zou zeker denken dat ik de medicatie nu alsnog nam, omdat mijn eigen aanpak mislukt was. Ik moest deze hele buitenwacht nu maar loslaten; in werkelijkheid had ik niets te verliezen, kon ik alleen maar winnen door bij mezelf te blijven. Nog eens moest ik diep zuchten, het viel niet mee! Het liep weer allemaal heel anders, dan ik had gedacht of gehoopt. Ik voelde dat er, door deze plotselinge wending, tegelijkertijd ook  weer een verdieping in het proces kwam. Alleen ik kon weten waar het hier werkelijk om ging. Vooral nu het uiterlijke succes en de waardering die dat met zich mee zou brengen, uitbleef, voelde ik hoe belangrijk het was om mijn onlangs verkregen innerlijke rijkdom in gepaste fierheid en in stilte te koesteren.

Een blik van herkenning

Toen de genezeres later op de dag terugkwam, kon ik zonder veel moeite mijn besluit met haar delen. Ze zou iemand naar het dorp sturen om mijn beslissing aan de arts mee te delen, zodat die de benodigde medicatie kon meegeven. Ook zou zij vragen of er iemand met een kano bereid was om mij hier vlakbij op te komen halen. Via een omweg over het water, kon ik dan samen met mijn spullen naar het dorp worden teruggebracht.

Ik had me inmiddels kunnen overgeven aan de gebeurtenissen die zich rond mij ontvouwden; toch bleef het me moeite kosten om echt bij me zelf te blijven.

Na een drietal uren werd mijn medicatie gebracht en nam ik de eerste pil. Ik koesterde geen wrok. Een half uurtje later voelde het net alsof mijn huid en slijmvliezen begonnen te gloeien. In mijn hoofd werd een heel zacht zoemend geluid merkbaar en het leek net alsof diezelfde zoemenergie als een sluier voor mijn ogen hing. Even later verscheen er een dorpeling om me op te komen halen. Ik klom van onder mijn muskietennet uit mijn hangmat en begon mijn schamele spulletjes te verzamelen. Ik stak het laatste stompje kaars aan, waarvan het licht ’s nachts voor zo’n veelzijdige verbeelding zorgde. Voordat ik me, ondersteund door de man, liet wegleiden, bleef ik even in stilte op de plek staan. Ik voelde ontroering. Ik liet een gevoel van respect en diepe dankbaarheid gaan naar de plek, de bomen, de dieren en de andere wezens, die mij hadden ondersteund in dit helingsproces. Ik voelde me nu echt veel beter en rijker dan op het moment waarop ik op deze plek was aangekomen. Dank! Oprechte Dank!

Ik was me zeer bewust van mijn hulpbehoevende en zwakke hand, die ik in de uitgestoken krachtige hand van de man legde bij het in de kano stappen. “Zo voelt het om te leven met een lichaam, dat niet meer kan uitvoeren wat je wilt”, klonk het tot in mijn botten.

Ik liet mij meenemen op een wonderbaarlijke tocht over water door dichtbegroeide natuur; het voelde een beetje als een soort zegetocht, waarbij de omringende natuur me lof toewuifde. Het ontroerde me. Ik kon nu een diepe tevredenheid over mijzelf voelen en liet de schoonheid en kracht van deze ongerepte natuur in me doordringen. Onderweg kwamen we een kano tegen, waarin de spiritueel leidsman van het dorp zat. Hij groette mij met voelbaar respect. Toen ik hem vijf dagen daarvoor op de hoogte had gebracht van mijn voorgenomen plan, had hij mij een tijd lang stilzwijgend aangekeken. Toen had hij instemmend geknikt, met een milde glimlach op zijn gezicht, alsof hij had geweten wat mij te wachten stond. In de blik vanuit de kano naar mij voelde ik ook nu weer, dat hij weet had van de aard van mijn ervaringen. Zoveel blijk van erkenning en herkenning, ontroerde me diep.

Toen de kano aanlegde aan de steiger vlakbij het houten gastenverblijfje, werd ik hartelijk en liefdevol onthaald door mijn reisgenoten. Ik kon me bijna niet voorstellen, dat ik nog maar een kleine week daarvoor daar was weggegaan; het leek zoveel langer. Zij hingen mijn hangmat en muskietennet weer in mijn vertrek op en waren heel zorgzaam. Ik was blij toen ik eenmaal weer kon gaan liggen en met rust werd gelaten, zodat ik met mijn hele wezen kon aankomen in deze zo plotseling veranderde situatie. Wat een overgang! Ik voelde heimwee.

Een uurtje later kwam een dorpsvrouw een kan met kruidenthee brengen, die ondersteunend zou werken bij de omschakeling naar eten; ik had al die dagen alleen op water en eigen urine geleefd. Ook had ze een tros heel kleine banaantjes voor me bij zich, die me goed zouden doen. Ze liet me weten, dat de kok in de dorpskeuken speciale maaltijden zou bereiden met extra groenten, want die waren daar nu heel schaars. Een paar uur later kwam de arts me opzoeken. Hij bracht de nog resterende hoeveelheid pillen, die ik de komende dagen moest innemen. Zijn houding was heel liefdevol en nog respectvoller.

Een vernieuwde kracht

De nacht bracht me voor het eerst weer wat slaap. Bij het eerste ochtendgloren was ik klaarwakker. Ik voelde me nog wat zwakjes, maar de kracht stroomde weer snel terug in mijn lichaam. Ik had besloten om rustig aan weer terug naar de plek in het oerwoud te gaan, om er te kunnen schoonmaken. Hiermee kon ik het proces daar echt afronden. Ik ging vroeg en rustig op pad, om zoveel mogelijk nog in de koelte van de ochtend te kunnen lopen. Ik nam voor de genezeres een symbolisch geschenk mee, dat ik op het laatste moment in Nederland nog in mijn rugzak had moeten stoppen; ik vroeg me toen af waarom. Door de vreemde gewaarwordingen van de medicijnen heen, voelde ik ook een vernieuwde kracht in me dagen, al kon ik er verder geen invulling aan geven.

Op de plek aangekomen bleek de genezeres al bezig met de schoonmaak. Ze keek op, liet zich even een kleine blik van verbazing ontglippen, groette me en ging door met het bijeenvegen van bladeren en takjes. Ik voelde dat het hierbij meer om de handeling ging, dan om die bladeren en takjes. Ik ging even zitten om te rusten; ik moest vooral niet te hard van stapel lopen. Na een goed uur was de plek weer op orde. Zij rondde het weer af door, zachtjes zingend, met een bakje met brandende kruiden om de ruimte heen te lopen. We liepen samen in stilte terug naar haar huis. Ze gaf me nog wat kruiden, waar ik thee van moest zetten. Dat zou mijn lever goed doen. Ik bedankte haar voor haar hulp en ondersteuning en overhandigde haar mijn geschenk. Het was een grote witte veer van een zwaan. Zonder enige uitdrukking op haar gezicht nam ze hem in ontvangst. Nadat ze even zwijgzaam met de veer in haar hand had gespeeld, vertelde ze me dat de witte veer het symbool is van de verbinding tussen de oerwoudgeneeskunde en het sjamanisme. Ze dankte me en aan haar verlegen lach kon ik merken dat ze heel blij was met het geschenk. Voordat ik uit deze gemeenschap zou vertrekken, moest ik nog eens langskomen om samen met haar en haar drie kinderen te eten.

Op mijn weg terug naar het dorp liep ik ook nog langs het huis van de arts. Hij was verbaasd me te zien; in zijn ogen was ik nog ziek. Hij nodigde me uit om wat te drinken. Al pratend wist ik opeens, dat ook hij een van de drie zwanenveren, die ik uit Nederland had meegenomen, zou krijgen. Ik merkte aan hem dat hij nieuwsgierig werd naar de ontwikkeling die mijn werk als arts had gekend. Hij nodigde me ook uit, om nog eens te komen eten en bij het weggaan gaf hij me een tasje met kleine banaantjes mee, die extra voedzaam waren.

Voordat ik naar de centrale keuken ging om wat te eten, liep ik naar het gastenverblijf om eerst nog wat te rusten. In en rondom de grote openluchtkerk was er weer grote bedrijvigheid. De volgende dag zou ’s avonds weer een nachtelijk ritueel plaatsvinden en, zoals het zich nu liet aanzien, besloot ik om er bij aanwezig te zijn. Na mijn middagdutje nam ik mijn witte kleren, die ik steeds bij een ritueel droeg, mee naar de beek om ze te wassen. Terwijl ze droogden in de hete zon ging ik weer rusten. Na een goed uur liep ik met de schone kleren onder de arm het dorp in, op zoek naar iemand die in het bezit was van een strijkbout, die op een klein houtskoolstoofje werd verhit. Nadat deze, op zich eenvoudige klus, die toch heel wat voeten in de aarde bleek te hebben, was gelukt, ging ik weer terug naar mijn verblijf, om de laatste uren van de dag luierend in mijn hangmat door te brengen.

Blijk van erkenningBlijk van erkenning

Er waren tussen de twee- en driehonderd mensen aanwezig in de grote ronde, open kerk, die helemaal was opgebouwd uit prachtig houtwerk, dat zowel bestond uit gigantische balken als verfijnd houtsnijwerk. De ruimte was prachtig versierd met kunstig vervaardigde, kleurrijke slingers en vlaggetjes. Er heerste een opgewekte drukte. De speciale, voornamelijk witte, kledij, gaf nog een extra feestelijk tintje aan het hele gebeuren. Ieder krijg haar/zijn plaats toegewezen.

Ik zorgde ervoor dat ik ergens stond waar ik, indien nodig, ook op een bank kon gaan zitten. Ik moest de vinger nog goed aan eigen pols houden en mild zijn in wat ik van mezelf verlangde.

Het ritueel begon staande. Na een korte reeks gebeden en gezangen werd “het grote sacrament” genuttigd. Het zingen ging staand verder en na ongeveer een uur zocht ik mijn zitplaats op. Terwijl het gezang voortging, liet ik me weer in stilte meenemen door indrukken die zich aandienden. Ik hield mijn ogen doelloos gericht op de grond voor mijn voeten. Op een gegeven moment zag ik in mijn linker ooghoek iets groens opduiken. Ik keek ernaar en zag een lange streng van groene bladeren, die zich in mijn richting voortbewoog. Toen het voorste stuk vlak bij mij linkervoet was, kon ik zien dat de bladerstreng, die bestond uit groene glanzende bladeren als van een lauwerkrans, werd voortbewogen door één grote colonne mieren. Ze bewogen langzaam voort en liepen voor mijn voeten langs. Toen ze bij mijn rechtervoet waren aangekomen, kropen ze erop en vervolgden hun weg langs mijn rechter been naar boven, de bladerstreng met zich meeslepend. Toen ze op mijn bovenbeen waren aanbeland, kon ik ook zien dat er tussen de bladeren trosjes groene besjes zaten. De colonne liep over mijn rechterhand, die in mijn schoot lag, via mijn arm naar mijn rechterschouder. Het laatste stukje van de streng bevond zich toen op mijn rechtervoet. Via mijn rechterschouder verplaatste ze zich, achter mijn nek langs en via mijn linkerschouder en arm, weer naar onderen. Toen de streng symmetrisch op mijn schouders en armen lag, maakte de mierencolonne zich los van de streng en verdween via mijn linker been en voet weer uit mijn linker ooghoek.

Al was ik stil van verwondering, ik was toch ook een beetje verbaasd over de rust waarin ik dit alles had kunnen laten gebeuren. “Deze blijk van waardering en dankbaarheid”, klonk een stem die me meteen vertrouwd voorkwam en me deed herinneren aan die van het mierenopperhoofd, “willen wij, de helpers van moeder aarde, aan jou aanbieden. Hiermee bevestigen wij de inwijding in de natuurkrachten van het oerwoud, die je hebt doorgemaakt. Jouw eigen heling gaat hand in hand met de heling van moeder aarde. Wij hebben diep respect voor je bereidheid, je vertrouwen en je inzet. Gegroet gezegende mens”.

Tranen schoten in mijn ogen. Deze vorm van erkenning raakte me diep in mijn ziel. Ook nu liet ik me door de buitenwacht niet storen en ik liet mijn tranen de vrije loop. Mijn hele lichaam huilde mee en terwijl mijn wezen nog natrilde van voldoening en diepe vreugde, schoot een gedachte in mijn bewustzijn: “Wetend van de intense pijnen en grote ongemakken die deel uitmaakten van dit helingsproces, als mijn innerlijk geesteswezen me weer zou vragen om iets dergelijks uit te zieken, zou ik er zeker weer in toestemmen.”

Ik was er echt beter van geworden. Ik voelde me innerlijk verrijkt en was nog dieper doordrongen van de verbondenheid van mijn natuurlijke en geestelijke aard, met die van mijn gastvrouw Moeder Aarde en alle levende wezens die haar bewonen.

“In diep respect. Dank, dank nogmaals dank!”      

Al deze ervaringen in de Amazone hadden een heel diepe indruk op me gemaakt. Hier voelde ik weer wat leven is. Weliswaar was het leven in het regenwoud intens en inspannend, maar iets in mij wilde daar blijven om daar te kunnen wonen en werken. Daarom liet ik tijdens mijn reis her en der mensen weten dat ik de wens had om ergens in het regenwoud een begin te maken met een kleinschalig helingsoord. Op een natuurrijke plek wilde ik mensen, die de wens hadden om hun leven en lichaam op orde te krijgen, ondersteunen. Daarbij kon ik gebruik maken van een gigantische natuurlijke apotheek en de inheemse kennis van de “curadores”, de kruidendokters.  Mijn adagio voor dat helingsoord in die natuurlijke en krachtige biotoop was:

Rehabiltatie van Geest, Reanimatie van de ziel en Revitalisatie van het lichaam!

In het regenwoud in de buurt van de stad Manaus werd mij aangeboden om een bijna verlaten kerkje van een Santo Daime gemeenschap een begin hiermee te maken. Deze Santo Daime gemeenschap gebruikten ook als sacrament de ayahuasca. Verderop in het oerwoud gingen ze een nieuwe mooie ronde en grotere kerk bouwen waardoor het oude kerkje beschikbaar kwam. Op een van de laatste dagen van mijn eerste reis naar de Amazone liet ik de mensen weten dat ik naar huis zou gaan om mijn woonsituatie daar af te ronden en over een paar maanden voor onbepaalde tijd weer naar Brazilie zou afreizen.

Inpakken en wegwezen

Ik wist wat mij te doen stond. Al mijn bezittingen werden verdeeld over 6 catagorien: Meenemen in de koffer, versturen per schip, verkopen, weggeven, kringloop en afval. Ik merkte al snel hoe intensief en vermoeiend het was om door al je bezittingen te gaan en tot een keuze te komen. Uiteindelijk gaat het om loslaten of meenemen.  Ik kon daar hooguit drie uur aan het stuk mee bezig zijn. Onderwijl riep ik met vrienden een stichting  in het leven, die de realisatie van het helingsoord mede zou ondersteunen. De stichting kreeg de naam “Archaeus”. Paracelsus gebruikte deze naam om het vitale principe of  de kracht te benoemen die de groei en ontwikkeling van de levende wezens mogelijk maakt; ook wel ‘het zelfhelende vermogen’ of  ‘de innerlijke arts’ genoemd. Ik organiseerde een paar bijeenkomsten van familie en vrienden om te vertellen over mijn keuze om naar de Amazone te vertrekken, liet ze dia’s zien van mijn eerdere reis en om bekendheid te geven aan de stichting Archaeus.  Ongeveer twee maanden na mijn terugkomst uit de Amazone zat ik weer in het vliegtuig naar Brazilie en liet Nederland voor onbepaalde tijd achter me. Ik had mijn vlucht zo uitgekiend dat ik alvorens naar Manaus te gaan eerst in de buurt van Rio Branco naar een leefgemeenschap zou gaan waar ze ook met ayahuasca werkte. Het was indrukwekkend om te ervaren hoe diep hun spiritualiteit in de lokale gemeenschap was doordrongen; ze organiseerden op kleine schaal onderwijs, een gaarkeuken en andere hulp verlening.

Ik sla nu, binnen het kader van dit verhaal, vier maanden van mijn werkzaamheden daar over. Op een ochtend werd ik vroeg wakker van een onheilspellend getril. Het huisje waarin ik sliep rammelde helemaal. Ik probeerde me te realiseren wat er gebeurde; was dit een aardbeving?  Toen pas werd ik me bewust van een lawaai dat werd veroorzaakt door brullende machines leek het wel. Ik stond snel op, trok een broekje aan en rende naar buiten. Daar bleef ik even staan om te kunnen bepalen uit welke richting het lawaai kwam. Ik liep snel die richting op en naarmate ik vorderde werd de trilling en het geluid beangstigend sterk. Opeens zag ik op zo’n honderd meter afstand een gigantisch groot geel monster dat met onvoorstelbaar geweld het regenwoud indrong. Ik werd getroffen door een diepe pijnscheut in mijn buik. Ik merkte dat ik bijna niet kon geloven wat mijn ogen registreerden; dit kon niet, dit mocht niet……….   Ik stond daar verstijfd en verward en snikte steeds maar “Oh nee, oh nee!”. Ik zag geen andere woudbewoners om me heen en voelde me onmachtig. Ik besloot naar een plek te lopen waarvan ik wist dat er mensen woonde die zich met een lokale oerwoudgenezingstraditie bezighielden. Zij konden mij vertellen dat ze bezig waren een grote verkeersader door het regenwoud aan te leggen naar het noorden, naar Venezuela. Langzaam begon het tot me door te dringen wat de impact daarvan zou zijn voor het ecologisch evenwicht van het regenwoud waar ik woonde en werkte. In een flits wist ik dat de verkrachting van deze biotoop  het energetisch klimaat ter plekke zo diepgaand zou verstoren dat ik mijn genezingswerk op die plek niet meer kon voortzetten.

Het was me met behulp van lokale bewoners gelukt om de belangstelling van Ibama, een soort staatsbosbeheer, voor mijn project voor het realiseren van een ecologisch helingsoord in het regenwoud te winnen.  Er was zelfs sprake van een joint venture. Maar deze kaalslag had niet op een ongelukkiger tijdstip kunnen komen, want  er zou in eerste instantie gekeken worden naar de mogelijkheid om dit project op te starten op de plek waar ik nu zat. Zij wisten schijnbaar niets van dit wegenbouwproject! En als je niet over het benodigde geld beschikt om de bureaucratie aan jouw kant te krijgen dan heb je in dit land wel een hele lange adem nodig om je plan gerealiseerd te krijgen. Mijn financiele positie was te beperkt en te kwetsbaar om het hele verhaal op een stuk grond elders helemaal van de grond af  weer te moeten opstarten. Ook de stichting stond nog in de kinderschoenen en moest met de echte fondsenwerving nog beginnen. Ik wist het, wat mijzelf betrof  betekende deze hele toestand einde verhaal. Een lokale vriend wierp zich als belangenbehartiger op van het project om samen met Ibama te gaan uitkijken naar een andere geschikte lokatie.Ik regelde mijn terugreis naar Nederland. Aangezien de zes dozen met mijn dierbaarste spulletjes die ik per schip had verzonden nooit waren aangekomen en zoek waren, hoefde ik alleen maar mijn schamele bezittingen in een koffer te pakken.

Terug in Nederland had ik behoefte om deel te nemen aan het eerste de beste Santo Daime ritueel dat er in Amsterdam zou plaats vinden. Ik had dat nodig om in Nederland te kunnen landen. Het bleek een “Cura” te zijn een genezingsritueel. Mij werd gevraagd om plaats te nemen aan de tafel in het midden, de zogenaamde inner circle van de groepsmandala. Ik voelde mij meteen thuis en kon naar hartelust meezingen en meerammelen met mijn “maraca”. Ik nam dankbaar het eerste glas ayahuasca-sacrament van het ritueel in ontvangst. Er kwam voor mijn gevoel een ontzettende kracht tot ontwikkeling terwijl er ook een verstilling en verdieping voelbaar was. Mijn gevoel voor ruimte en tijd kwam en ging.   Op een gegeven moment, het moet tegen het einde van het ritueel zijn geweest verbleef ik in een fel verlichtte “heilige” ruimte in een soort wolk. Ik voelde het beeld van San Sebastiao, een Westafrikaanse  rubberplantage-werker, de grondlegger van de Santo Daime discipline. Zijn stem klonk helder, zwaar en gestreng. “Dit is ons laatste kontakt en werk! En nu weer op eigen kracht verder!” Het weten dat met deze woorden in me stroomde was klaarhelder. Ik  voelde mij heel blij en vrij. Ik wist dat dit mijn laatste werk met ayahuasca was geweest. En juist deze boodschap toonde de kracht van deze bondgenoot die mij zoveel had geleerd. Ik was zoveel wijzer geworden en had zoveel natuurlijke kracht en macht mogen ervaren zowel tijdens de ontelbare rituelen met ayahuasca als ook tijdens mijn verblijf in het regenwoud.

Het was pijnlijk en teleurstellend om naderhand van een van mijn dierbare vrienden binnen de Santo Daime traditie te moeten merken dat mijn vertrek werd uitgelegd als een soort desertatie. Ik had me moeten blijven inzetten voor Het Werk! Dat mijn pad van heling andere wegen wilde bewandelen moest daar eigenlijk ondergeschikt aan zijn. Ik ben San Sebastiao innig dankbaar voor zijn schop onder mijn kont en voor de ervaring van de stille kracht van de natuur.


Terug naar boven

Dit ben ik laatst tegen gekomen

Ben ik online? > Meer lezen

Terug naar boven

Wilt U iemand helpen? Deel dan hier onze website,

Met wie wilt u delen? Twitter Facebook LinkedIn